Samenwerking
Gloudemans Adviesgroep werkt samen met diverse banken en verzekeringsmaatschappijen.
Prijsklasse
Prijsklasse, maximale hypotheek, eigen geld, Kosten Koper, Vrij op Naam.
Hypotheek
Hypotheeksoorten, hypotheekrente, renteconstructies, verzekeringen, maandlasten.
Fiscaliteit
Eerste woning, tweede woning, fiscale gevolgen, eigenwoningforfait,
aftrekposten, belastingaangifte
Bijleenregeling per 1-1-2004
Deze regeling beperkt de hypotheekrenteaftrek. U kunt voor dat deel van
de hypotheek, dat ook uit de overwaarde van de oude woning gefinancierd zou kunnen
worden, de rente niet meer aftrekken in box 1.
Bijleenregeling per 1-1-2004
Huiseigenaren krijgen vanaf l januari 2004 te maken met de 'bijleenregeling'.
De overwaarde van de woning gebruiken voor bijvoorbeeld een verhuizing
is dan niet meer mogelijk.
Voorbeeld:
Het echtpaar Jansen kocht tien jaar geleden een appartement voor
€ 130.000,-. De woning is inmiddels € 100.000,- meer waard. Nu
er kinderen zijn wil het paar verhuizen naar een grotere woning
die € 300.000,- kost. Op basis van het gezinsinkomen van € 35.000,-
per jaar kunnen ze maximaal € 150.000,- lenen. Door de overwaarde
van € 100.000,- in een hypotheek te benutten, komt het droomhuis
toch binnen bereik.
Deze vlieger ging tót 1 januari 2004 op. Wie daarna zijn woning
verkoopt of een nieuwe woning aankoopt krijgt te maken met andere
regels voor de besteding van de overwaarde. Een maximale hypotheek
afsluiten met volledige aftrek en de winst vergokken op de beurs,
uitgeven aan boot of caravan is er niet meer bij.
Maar ook de constructie die de Jansens zouden gebruiken is dan
van de baan. Zij kunnen nu nog dankzij de overwaarde een hogere
lening aangaan -tot anderhalf keer hoger dan alleen op basis van
het inkomen. De overwaarde wordt dan gestort in een beleggings-
of premiedepot dat de maandlasten drukt en een deel van de aflossing
opbouwt.
Dergelijke hypotheekconstructies zijn al jaren een doorn in het
oog van de overheid. De hypotheekrenteaftrek, ooit bedoeld om
het eigenwoningbezit op te krikken wordt zo misbruikt voor individuele
vermogensopbouw op kosten van de Staat, klinkt het in Den Haag.
Om dezelfde redenen werd eerder een eind gemaakt aan het verhogen
van de hypotheek voor consumptieve uitgaven of beleggingsambities.
De 'bijleenregeling' die het kabinet Balkenende met Prinsjesdag
presenteerde, vereist dat de overwaarde voortaan rechtstreeks
wordt geïnvesteerd in de stenen; ofwel in de aflossing van de
nieuwe woning. Als iemand toch de maximale hypotheeksom leent,
dan mag over het bedrag van de overwaarde geen rente worden afgetrokken
en verhuist dat deel van de lening naar box 3. Een doorstromer
mag dus alleen zoveel 'bijlenen' als nodig is om de nieuwe woning
aan te schaffen.
Een rekenvoorbeeld.
Voor een woning van € 260.000,- is inclusief kosten koper (overdrachtsbelasting,
notariskosten, afsluitprovisie) a € 25.000,- een lening nodig
van € 285.000,-. Op de oude woning die twee ton oplevert, zit
een overwaarde van € 45.000,-. Deze wordt in mindering gebracht
op de benodigde lening van € 285.000,-. De renteaftrek is dus
beperkt tot € 240.000,-.
Nieuwe 'bijleenregeling' in het kort
- Vanaf l januari 2004 moet de overwaarde van de vorige woning
worden afgetrokken van de totale hypotheeksom (inclusief kosten
koper en woningverbetering) van de nieuwe woning.
- Wie dit niet doet, krijgt geen hypotheekrenteaftrek voor
het deel van de lening ter waarde van de overwaarde en betaalt
over dat deel van de lening de vermogensrendementsheffing
van 4 procent in box 3.
- De regeling geldt niet voor mensen die voor 2004 een aankoop-
of verkoop- verplichting zijn aangegaan, ook al vindt de oplevering
pas volgend jaar plaats.
- Mensen die in een goedkopere woning gaan wonen, behouden
renteaftrek ter hoogte van de oude lening.
- Resterende overwaarde mag tien jaar achter de hand worden
gehouden. De zogenoemde Eigen Woning Reserve blijft staan
na een periode van huren of moet bijvoorbeeld worden aangewend
voor verbouwing.
Veel gestelde vragen en antwoorden over de bijleenregeling voor
de eigen woning
Eigenwoningschuld:
de schuld ter zake waarvan de rente als aftrekbare kosten met
betrekking tot een eigen woning in aanmerking wordt genomen (schuld
waarvan de rente "aftrekbaar" is).
Vervreemdingssaldo eigen woning:
het verschil tussen de netto-verkoopopbrengst van een eigen woning
en de eigenwoningschuld met betrekking tot die woning. De netto-verkoopopbrengst
van een eigen woning is de verkoopopbrengst verminderd met de
kosten ter zake van de verkoop, zoals makelaarscourtage.
Eigenwoningreserve:
het bedrag waarvoor bij aankoop van een nieuwe eigen woning geen
eigenwoningschuld kan worden aangegaan. Met andere woorden: het
bedrag dat "verplicht" voor de financiering van de nieuwe eigen
woning moet worden aangewend.
1. Hoe ziet de huidige hypotheekrenteaftrek eruit?
De rente van de lening voor de aankoop, het onderhoud of de verbetering
van de eigen woning is aftrekbaar. Als daarna de schuld wordt
verhoogd is de rente over het verhoogde deel van de schuld alleen
aftrekbaar als het geleende geld wordt gebruikt ten behoeve van
de eigen woning (voor onderhoud of verbetering).
2. Hoe zit de nieuwe regeling in elkaar?
Indien door verhuizing naar een nieuwe duurdere woning de hypotheekschuld
wordt verhoogd, wordt de aftrek van de hypotheekrente voortaan
alleen toegestaan voorzover de hypotheekverhoging nodig is om
het verschil tussen de aankoopprijs van de nieuwe woning (inclusief
verwervingskosten) en de opbrengst van de oude (na aftrek van
kosten) te financieren. Iemand die dus de gemaakte winst over
zijn oude huis niet gebruikt voor de financiering van zijn nieuwe
huis, maar gebruikt voor het financieren van andere bestedingen
dan de eigen woning (consumptie en/of beleggingen), kan weliswaar
een hogere hypotheek afsluiten op zijn nieuwe huis, maar krijgt
dan te maken met een beperkte hypotheekrenteaftrek. De rente die
hoort bij het deel van de hypotheekschuld dat nodig is omdat de
'winst' op de oude woning niet is gebruikt om de woning te financieren,
is dus niet meer aftrekbaar. De maatregel geldt alleen voor nieuwe
gevallen (zie vraag 4 en vraag 5).
Voorbeeld:
Stel dat iemand zijn woning verkoopt voor € 260.000 en het restant
van zijn hypotheekschuld bedraagt € 200.000. Vervolgens koopt
diegene een huis van € 350.000,-. (Dit is de aankoopprijs inclusief
bijkomende verwervingskosten (overdrachtsbelasting, afsluitprovisie,
notaris- en makelaarskosten).
De maximale hypotheek waarvoor renteaftrek geldt, bedraagt dan
€ 290.000. Dit is de koopsom van de nieuwe woning (€ 350.000)
verminderd met het verschil (vervreemdingssaldo) tussen de opbrengst
van de oude woning (€ 260.000) en de bestaande hypotheekschuld
(€ 200.000).
Als in dit voorbeeld een hypotheek wordt afgesloten af die hoger
is dan € 290.000, dan is de rente over dat hogere deel dus niet
meer aftrekbaar.
3. Waarom is deze maatregel nodig?
De hypotheekrenteaftrek is bedoeld ter stimulering van het eigenwoningbezit
en beoogt de vermogensvorming in de eigen woning te bevorderen.
De bijleenregeling is dan ook een logische stap om het fiscaal
gefacilieerd opgebouwde vermogen ook in de eigen woning in box
1 vast te houden. Tevens verdwijnt hierdoor de ongelijkheid in
behandeling tussen eigenaren-bewoners van een eigen woning die
niet verhuizen en eigenaren die dat wel doen. De eerste groep
kan de rente over een extra hypotheek niet aftrekken, terwijl
de laatste groep wel over de overwaarde van de oude woning kan
beschikken en de rente tevens kan aftrekken.
Tevens is het nodig iets te doen aan de betaalbaarheid en houdbaarheid
van de hypotheekrenteaftrek. In dat opzicht is het van belang
dat het aangaan van hypotheekschuld specifiek wordt gericht op
de financiering van de eigen woning. Door de voorgestelde beperking
van de hypotheekrenteaftrek levert de regeling dus ook een bijdrage
aan de budgettaire houdbaarheid van de hypotheekrenteaftrek.
4. Wie merken er iets van deze maatregel?
De regeling heeft alleen betrekking op eigenaar-bewoners die na
1 januari 2004 een andere woning gaan kopen en hun oude woning
verkopen. De enige groep die iets gaat merken van deze maatregel
betreft mensen die verhuizen en die het verschil tussen de opbrengst
van de oude woning en de oude hypotheekschuld, het zogenoemde
vervreemdingssaldo, niet volledig besteden aan de aanschaf van
de nieuwe woning. Materieel gaan zij extra schulden aan voor andere
doeleinden (bijvoorbeeld consumptieve bestedingen of beleggingen)
dan het financieren van de nieuwe eigen woning. Zij komen voor
deze extra schulden niet langer in aanmerking voor renteaftrek.
Het blijft overigens wel mogelijk om leningen ter financiering
van consumptieve bestedingen of beleggingen af te sluiten met
de eigen woning als onderpand. Door deze zekerheid kan doorgaans
een lagere rente worden verkregen. Maar op deze manier is geen
belastingvoordeel meer te behalen.
Starters worden niet met de wijziging geconfronteerd omdat zij
geen verkoopopbrengst van een oude woning hebben. Mensen die de
woningmarkt definitief verlaten, worden ook niet getroffen door
deze regeling, omdat zij geen nieuwe hypotheekschuld aangaan.
5. Is er een overgangsregeling?
Woningeigenaren die vóór 1 januari 2004 een onherroepelijke verplichting
tot koop of verkoop van een woning zijn aangegaan, maar nog niet
zijn verhuisd, vallen op grond van het overgangsrecht buiten de
regeling. Er moet sprake moet zijn van een reële overeenkomst
waardoor betrokken partijen onherroepelijk gebonden zijn. Dergelijke
overeenkomsten mogen wel normale ontbindingsclausules bevatten,
zoals een financieringsvoorbehoud of een voorbehoud met betrekking
tot de uitslag van een bouwrapport.
6. Wat gebeurt er bij goedkoper wonen?
De maatregel heeft alleen betrekking op hypotheekverhogingen.
Bij verhuizing (van huis 1) naar een goedkopere woning (huis 2)
mag de renteaftrek over de bestaande schuld worden gehandhaafd,
mits de waarde van de nieuwe woning gelijk aan of hoger is dan
die schuld.
Voorbeeld:
Stel dat iemand zijn huis verkoopt voor € 250.000 en het restant
van zijn hypotheekschuld € 150.000 bedraagt. Hij koopt een nieuwe
woning voor € 200.000. Volgens de hoofdregel wordt slechts renteaftrek
verleend over een schuld van € 100.000. Dit is de koopsom van
de nieuwe woning (€ 200.000) verminderd met het verschil (het
vervreemdingssaldo) tussen de opbrengst van de oude woning (€
250.000) en de bestaande hypotheekschuld (€ 150.000). Omdat hij
echter goedkoper is gaan wonen, mag hij voor de renteaftrek een
schuld van € 150.000 in aanmerking nemen. Dat bedrag is immers
gelijk aan de oude hypotheekschuld en is ook minder dan de koopsom
van de nieuwe woning.
Zijn eigenwoningreserve van € 100.000 (het bedrag van het vervreemdingssaldo
van zijn oude woning), neemt af met € 50.000. Immers, doordat
hij een schuld in aanmerking mag nemen van € 150.000, heeft hij
€ 50.000 in zijn nieuwe woning gestopt.
7. Wat gebeurt er bij het tijdelijk betrekken van een huurwoning
of bij vertrek naar het buitenland?
Bij de verkoop van de eigen woning en het betrekken van een huurwoning
of vertrek naar het buitenland is niet langer sprake van een eigenwoningschuld.
Het vervreemdingssaldo dat is behaald bij de verkoop van de woning,
wordt toegevoegd aan de eigenwoningreserve. Na een periode van
5 jaar vervalt deze eigenwoningreserve. Wanneer echter binnen
een termijn van 5 jaar na verkoop weer een woning wordt gekocht,
dan zal de eigenwoningreserve van de oude woning alsnog in aanmerking
worden genomen bij het bepalen van de maximale renteaftrek. Deze
maatregel is noodzakelijk om te voorkomen dat mensen proberen
de regeling te ontwijken. Bijvoorbeeld door de oude woning te
verkopen, tijdelijk te huren en dan weer een nieuwe woning kopen.
8. Ik heb al een nieuwe woning gekocht en betaald, maar mijn
oude woning is nog niet verkocht. Heeft de regeling dan ook gevolgen?
De regeling is zo opgezet dat die alleen aangrijpt bij situaties
waarin sprake is van een toename in de hypotheekschuld terwijl
er ook middelen beschikbaar komen uit de vervreemding van de oude
woning. Bij verhuizing sluit de regeling aan bij de huidige eigenwoningregeling
die bepaalt dat een woning na verhuizing nog 2 jaar als eigen
woning kan worden aangemerkt.
Voorbeeld:
Stel dat iemand een nieuwe woning heeft gekocht voor € 250.000
en dat zijn oude woning nog niet verkocht is. Omdat hij de oude
woning nog niet verkocht heeft, is hij een schuld aangegaan van
€ 250.000. De betaalde rente op deze schuld is volledig aftrekbaar.
Stel dat hij zijn oude woning na een jaar verkoopt voor € 175.000
en dat het restant van de oude hypotheekschuld € 75.000 bedraagt.
Hij realiseert dus een vervreemdingssaldo van € 100.000 voor de
oude woning. Nu hij de woning verkocht heeft en hem de middelen
ter beschikking staan, wordt de renteaftrek op de nieuwe schuld
beperkt tot de rente over een schuld van € 150.000 (€ 250.000
- € 100.000).
9. Wat zijn de gevolgen bij een huwelijk, samenwonen en echtscheiding?
Als twee mensen gaan samenwonen en er geen woning wordt overgedragen
van de ene aan de andere partner, heeft de nieuwe regeling geen
gevolgen. Iemand wordt dus niet geconfronteerd met een beperking
van zijn renteaftrek als hij gaat samenwonen met iemand die bij
verkoop van zijn of haar woning een opbrengst heeft ontvangen
die hoger was dan de hypotheekschuld. De daardoor ontstane eigenwoningreserve
van de intrekkende partner speelt wel een rol als zij besluiten
samen een ander huis te kopen.
Indien twee mensen besluiten te trouwen in gemeenschap van goederen,
ontstaat juridisch een verschuiving van de helft van het eigendom
naar de partner. In de nieuwe fiscale regeling worden deze mensen
niet geconfronteerd met een beperking van de renteaftrek. Wel
kan deze verschuiving van het eigendom een rol spelen, indien
ze besluiten te scheiden en de vertrekkende partner wordt uitgekocht.
In dat geval realiseert de vertrekkende partner een vervreemdingssaldo
dat een rol kan spelen bij de aankoop van een nieuwe woning.
Voorbeeld:
Stel dat iemand een woning heeft ter waarde van € 200.000, een
hypotheeklening van € 100.000 en getrouwd is in gemeenschap van
goederen. Indien op enig tijdstip het huwelijk wordt ontbonden
en de partner wordt uitgekocht, is de uitwerking als volgt.
Degene die in de woning blijft wonen, betaalt per saldo € 50.000
aan de partner (€ 100.000 voor de helft van de woning minus €
50.000 voor de overname van de helft van de schuld). Indien hij
geen eigenwoningreserve heeft bedraagt zijn eigenwoningschuld
in totaal € 150.000. De partner die uitgekocht wordt, behaalt
een vervreemdingssaldo van € 50.000. Dat bedrag wordt toegevoegd
aan de eigenwoningreserve en moet bij een eventuele volgende aankoop
van een woning in aanmerking worden genomen.
10. Is de rente op schulden die zijn aangegaan voor onderhoud
of verbetering van de woning aftrekbaar?
Rente op schulden die zijn aangegaan voor onderhoud of verbetering
van de woning zijn normaal gesproken gewoon aftrekbaar. Dit is
slechts anders, indien men na de aankoop van de woning nog een
eigenwoningreserve heeft. Dit kan het geval zijn, indien men goedkoper
is gaan wonen (zie ook het voorbeeld bij vraag 6). In dit geval
worden de kosten eerst afgetrokken van de eigenwoningreserve,
mits de kosten minimaal € 5.000 bedragen. Zodra de kosten de eigenwoningreserve
overtreffen en er een schuld is aangegaan, is de rente over dit
deel van de schuld aftrekbaar.
11. Wat gebeurt er als de oude woning met verlies wordt verkocht?
Indien er na de verkoop van de woning toch nog een restschuld
over blijft, is de verschuldigde rente over een dergelijke restschuld
niet aftrekbaar in box I als rente ter zake van eigenwoningschuld.
Dat is in de huidige wetgeving ook reeds het geval. Als de nieuwe
woning bij een volgende verhuizing (binnen 5 jaar) wel met winst
wordt verkocht, wordt het positieve vervreemdingssaldo aan de
(negatieve) eigenwoningreserve toegevoegd. Op deze wijze kan een
verlies op de eigen woning verrekend worden met de eventuele winst
op de volgende woning.
12. Wordt aflossen van de schuld op de eigen woning gestimuleerd?
Om de bereidheid om af te lossen te stimuleren, heeft het vorige
kabinet budgettaire ruimte gemaakt voor een aftrek wegens geen
of een geringe schuld voor de eigen woning (initiatiefwetsvoorstel
Hillen). Voor eigenaren die minder hypotheekrente aftrekken, dan
zij aan eigenwoningforfait moeten bijtellen wordt een aftrekpost
gecreëerd. Hierdoor kan het niet voorkomen dat er netto belasting
moet worden betaald over de eigen woning. Met ander woorden het
met eigen geld financieren van de woning wordt hiermee gestimuleerd.
De beoogde inwerkingtreding van dit voorstel is 1 januari 2005.
Bron: Ministerie van Financiën
Interesse of vragen? Neem nu contact
met ons op...